Wat is het verschil tussen osteopathie en fysiotherapie?
Wat is het verschil tussen osteopathie en fysiotherapie?
Osteopathie en fysiotherapie worden regelmatig met elkaar vergeleken. Beide behandelvormen richten zich op het verminderen van klachten en het verbeteren van het functioneren van het lichaam. Toch verschillen de manier waarop naar een klacht wordt gekeken en de manier waarop een behandeling wordt opgebouwd.
Waar fysiotherapie zich voornamelijk richt op het houdings- en bewegingsapparaat, kijkt de osteopathie naar het lichaam als één geheel. Binnen de osteopathie wordt niet alleen gekeken naar spieren en gewrichten, maar ook naar bijvoorbeeld fascia, ligamenten, pezen, organen, bloedvaten, zenuwen en de beweeglijkheid van verschillende structuren ten opzichte van elkaar.
Osteopathie: op zoek naar spanningspatronen
Osteopathie is gericht op het opsporen en behandelen van spanningspatronen in het lichaam.
Deze spanningspatronen kunnen zich uiten in verschillende soorten weefsels, zoals spieren, fascia, ligamenten, pezen en botten. Ook de vloeistoffen die zich binnen het bindweefsel bevinden, kunnen invloed hebben op de beweeglijkheid en spanning van weefsels.
Een osteopaat onderzoekt deze spanningspatronen en probeert te achterhalen welke structuren van invloed zijn. Een spanningspatroon kan lokaal ontstaan. Dit zien we bijvoorbeeld na een direct trauma, zoals een val, een ongeluk of wanneer iemand zich ergens aan stoot. Het lichaam reageert op een dergelijke belasting en kan hierdoor een verandering aan spanning ontwikkelen, wat zich kan uiten in klachten of een bewegingsbeperking.
Maar wat we vaak zien is dat een spanningspatroon niet op dezelfde plaats zit dan waar de klachten voelbaar zijn.
De oorzaak van de klacht bevindt zich niet altijd op de plek waar je pijn voelt
Een belangrijk uitgangspunt binnen de osteopathie is dat de plaats waar je pijn voelt niet altijd de plaats is waar het probleem zich bevindt.
Het lichaam bestaat uit verschillende structuren die onderling met elkaar verbonden zijn. Spieren, fascia, ligamenten, organen, bloedvaten en zenuwen staan via verschillende verbindingen met elkaar in relatie.
Hierdoor kan een verandering in spanning op de ene plaats invloed hebben op een andere plaats in het lichaam.
Zo kan een veranderde spanning in de nekregio bijvoorbeeld invloed hebben op structuren die richting de arm en hand lopen. Hierdoor kunnen klachten ontstaan zoals uitstraling, tintelingen of een doof gevoel in de hand.
Ook kan een klacht in de knie samenhangen met spanningen of bewegingsbeperkingen in de buik, bekken of rug. Binnen de osteopathie kan daarom bijvoorbeeld ook het buikgebied worden onderzocht wanneer iemand met knieklachten komt.
Dit betekent niet dat iedere knieklacht vanuit de buik ontstaat of dat iedere klacht één specifieke oorzaak heeft. Het betekent vooral dat we onderzoeken welke structuren van invloed zijn op de klachten.
Daarom wordt binnen de osteopathie niet uitsluitend gekeken naar de plek waar de pijn wordt ervaren.
Fysiotherapie: het houdings- en bewegingsapparaat
Fysiotherapie richt zich voornamelijk op het houdings- en bewegingsapparaat. De fysiotherapeut onderzoekt en behandelt klachten die betrekking hebben op onder andere spieren, gewrichten en het bewegen van het lichaam.
Een belangrijk onderdeel van fysiotherapie is het actief werken aan herstel. Dit gebeurt bijvoorbeeld door middel van oefeningen die gericht zijn op het verbeteren van kracht, mobiliteit, stabiliteit, coördinatie en belastbaarheid.
Afhankelijk van de klacht kan daarnaast een fysieke behandeling worden toegepast, bijvoorbeeld mobilisaties of manuele therapie.
De fysiotherapeut kijkt daarbij naar de klacht, het functioneren van het lichaam en de factoren die het herstel beïnvloeden.
Waarin verschilt osteopathie?
Binnen de osteopathie wordt het onderzoek breder opgezet. Naast spieren en gewrichten wordt gekeken naar de beweeglijkheid van organen en hun ophangsystemen.
Ook het verloop en de beweeglijkheid van zenuwen en bloedvaten zijn belangrijke onderdelen binnen het osteopatisch onderzoek. Daarnaast worden onder andere de fascia, schedel, wervelkolom en het heiligbeen onderzocht.
Het doel hiervan is om te onderzoeken of er ergens in het lichaam een spanningspatroon of bewegingsbeperking aanwezig is die mogelijk een rol speelt bij de klacht.
Een osteopaat behandelt daarom niet altijd op de plaats waar de pijn wordt ervaren.
Osteopathie en fysiotherapie: twee verschillende benaderingen
Het grootste verschil zit dus vooral in de manier waarop naar het lichaam wordt gekeken.
Fysiotherapie richt zich voornamelijk op het houdings- en bewegingsapparaat en werkt veel met actieve oefentherapie om het functioneren en de belastbaarheid van het lichaam te verbeteren.
Osteopathie kijkt vanuit een breder perspectief naar het lichaam en onderzoekt de onderlinge samenhang tussen verschillende structuren. Hierbij wordt niet alleen gekeken naar spieren en gewrichten, maar ook naar fascia, organen, zenuwen, bloedvaten en andere weefsels.
Ben je benieuwd wat osteopathie voor jou kan betekenen?
Maak dan via onderstaande link een afspraak:
https://bookings.crossuite.app/87facee2-6cf4-4fbb-8932-f6be944b0dcd/step1
Lees verder